20/09/2018
Facebook Twitter RSS

Een ode aan jou, aan u

Kan het onbevattelijke leed, verlies en de waanzin van de Tweede Wereldoorlog het startpunt zijn van iets beters, iets goeds? Die vraag beantwoord ik hier niet.

In Amsterdam nemen op 4 en 5 mei meer dan 150.000 mensen deel aan één van de honderden activiteiten, en dat op talloze plekken in de stad. Als organisatoren en programmamakers van het Amsterdamse comité fietsen we twee dagen dwars door alle sferen en sfeertjes, van huiskamer, begraafplaats, Carré, park, Adam Toren, Rijksmuseum, buurthuis, Dam, buurtplein, park, kerk, museum, school en heel veel plekken meer. Dit verslag is een echo van de duizenden mensen die zichzelf en elkaar bevroegen en ontmoeten op die dagen. Het biedt geen helikopterperspectief of een recept voor wereldvrede. Nee, het is een veel ambitieuzer verslag dan dat.

Het gaat over de ruimte tussen jou en mij.

Het liefste zou ik nu, op deze enkele zondagmiddag 6 mei, alles heel precies en met de helderste pen van een groot schrijver boekstaven, in tweehonderd parels van bladzijden, waarin u de klepperende ooievaars tijdens de gemeentelijke herdenking op de begraafplaats de Nieuwe Ooster hoort, net als, even later, de dansende stem van de achtenzeventig jarige mevrouw Mater die in een overvol en ademloos luisterend huis vertelt hoe zij wel de oorlog heeft overleefd, in tegenstelling tot een groot deel van haar joodse familie.

Dit verslag, dat er niet komt, leest als een adembenemende, zinnenprikkelende, eclectische tour, langs zoveel mensen die zich met de oorlog als vertrekpunt tot elkaar aan het verhouden zijn. U leest over al die samenballende kracht van het samen zoeken, delen, twijfelen of weglachen, via al die persoonlijke verhalen, waarin de stad en wereld als vanzelf altijd een rol speelt. Dat leest u in dat met goud beslagen boek van tweehonderd pagina’s dat niet gaat verschijnen.

Want dit verslag is ambitieuzer dan dat.

Er is één moment, te midden van alle beweging, dat er uitspringt, een persoonlijk moment. Ik aarzel om het hier te delen. Het kan ijdel lijken, om nu over mezelf te spreken. En er zit allerhande gevoeligheid omheen. Maar ik doe het toch, omdat het persoonlijke er zo toe doet dezer dagen, en omdat de anekdote eigenlijk niet over mij gaat, maar over het prachtige kunstwerk van een Vrijheidsontbijt dat Lina Issa in samenwerking met het Tropenmuseum organiseert. Dit ontbijt is onderdeel van de ruim honderd Vrijheidsmaaltijden die op 5 mei in de stad plaatsvinden.

Het is acht uur in de ochtend. Na een korte nacht, door bezoek aan Nacht na de Dam in de Stadsschouwburg, schijnt gelukkig de zon. Ik kom te laat aan bij het Tropenmuseum en mis het inzegeningsritueel waarmee dit Vrijheidsontbijt start, waarover ik me direct een beetje schuldig voel. Via het terras loop ik het bijna lege restaurant binnen, waar ik moet bekennen geen kaartje te hebben. Ik ben van de organisatie en wil graag even sfeer proeven. Het onnodige schuldgevoel groeit een beetje bij, en raakt aan een oude venijnige onzekerheid, die tegelijk futiel lijkt in het licht van de grote en beladen geschiedenis van het Tropenmuseum.

Mag ik hier zijn?

Een medewerker wijst me naar de zaal waarin het programma plaatsvindt. Ik kijk vanuit de deurpost hoe performancekunstenaar Fazle Shairmahomed zijn dans start. Later lees ik dat zijn werk zich richt op het creëren van rituelen voor dekolonisatie.

Daar op de drempel, aarzel ik opnieuw, ik zie leden van Sir Duke zitten, de theatermakers van de voorstelling van Hatta en de Kom. Ik zie mensen met wie ik samenwerk. Er is geen vrije stoel. Wat is het toch dat mijn lichaam op slot zet? Wat maakt dat ik die ruimte niet in stap, en niet durf te vragen?

Dan staat Lina Issa, die ik voor het eerst ontmoet, ineens naast me, en zegt dat ik kan gaan zitten, dat er een extra stoel is. Daarna volgt aan die tafel een intens en bijzonder gesprek over bevrijding, over persoonlijke bevrijding en via het ragfijne vrolijk-ernstige spel van Sir Duke maken we kennis met mensen als Mohammad Hatta en Anton de Kom die in hun tijd bevrijding zochten.

Mogen zij hier zijn?

Mogen zij een plek in onze geschiedenisboeken, bij onze herdenkingen, in de verhalen die we elkaar vertellen?

5 mei, tien uur later. We staan onder de bogen van het Rijksmuseum, in aanwezigheid van vijfhonderd gewone Amsterdammers die bijzondere dingen in de stad hebben gedaan. Alle gasten zijn door iemand genomineerd. De sfeer is fantastisch, het decor overweldigend mooi.

‘Er is tenminste één iemand die u een lieve Amsterdammer vindt, of die u vandaag graag buiten huis heeft,’ zo grapt theatermaker Lucas de Man in zijn Vrijheidstoast aan de vijfhonderd lieve Amsterdammers. Zo zegt hij, en ook nog met humor, heel precies waar veel te vaak de spanning zit:

Ik mag er zijn, of misschien toch niet, word ik voor de gek gehouden. Houd ik mezelf voor de gek?

Die angst is ook vandaag overal. Angst om het verkeerde te zeggen, om afgewezen te worden, buitengesloten te worden, te wit, te zwart, te anders te zijn. Die angst zit in de ruimte tussen jou en mij. En dan klamp ik me vast aan plannen, boekhoudingen, nieuwe idealen, verbouwingen, aan stigma’s, aan vooroordelen, aan minder, minder of meer meer. Dan komen er wetten, en nog meer angsten en gelukkig hier nog geen nieuwe kampen of sterren.

Het vindt allemaal plaats in die ruimte tussen jou en mij. Waar ik de onzuiverheid moet verdragen, jouw en mijn onzekerheid, kwetsbaarheid. In die ruimte kunnen we elkaar leren kennen, zien, aanraken, afwijzen ook. En met dat zoeken proberen we vrij te zijn, van angst en onzekerheid misschien, en nu zou ik nog preciezer willen vertellen wat vrijheid is.

Maar dit verslag is ambitieuzer dan dat.

Het wil een ode brengen aan al die ouderen die nu ons de verhalen vertellen die er toe doen, de kinderen die luisteren, de theatermakers die zoeken, verwonderen, stelling nemen, de vrijwilligers en lieve Amsterdammers en Nederlanders die zoveel ontmoeting organiseren, de vuurlopers, de denkers, en doeners. Het wil een ode zijn aan u, die zo veel energie stopt in het onderzoeken, vullen, en verbeteren van die ruimtes tussen ons in.

Nee sorry, het is ambitieuzer.

Ik wil met jullie, in nagedachtenis aan hen die van ons werden weggehaald, een lied zingen dat zich verbiedt een lied te zijn.

Het wil een lied zijn voor vandaag.

Daarom zing ik dit voor jou, omdat we verder gaan.

 


Tekst: Thijs Middeldorp

Verantwoording laatste alinea:

Een lied dat zich verbiedt een lied te zijn, een songtekst van Judith Herzberg

Parafrasering uit een lied van Eva van Manen: Omdat we verder gaan

Partizan Publik voert de directie van het Amsterdams 4 en 5 mei comité.