20/09/2018
Facebook Twitter RSS

Who owns the city?

We own the City. Onder die noemer maakte CITIES en het Amsterdams centrum voor Architectuur (Arcam) een tentoonstelling over zogenaamde bottom up initiatieven in de hoofdstad. Vrijdag 24 augustus werd de tentoonstelling geopend, met mooie foto’s van Marten van Wijk. Onderlegger van de kleine expo is een lijst van 44 ‘kleinschalige initiatieven’ in Amsterdam. De selectie is volgens de makers niet volledig, maar wel representatief. Onderdeel van de lijst zijn bijvoorbeeld: het grote vastgoedproject de Hallen, interventies van collectief Cascoland in achterstandsbuurt de Kolenkit, diverse (moes)tuinprojecten, (tijdelijke) programmering van leegstaande gebouwen en het (al weer wat oudere) zelfbouwproject Vrijburcht op IJburg.

De selectie is rijp en groen …soms gaat het om een gerealiseerd project, dan weer over een plan waarvoor nog draagvlak gezocht moet worden. De gezochte rode draad in de verzameling is de veronderstelling dat burgers of bewoners een belangrijke stem in het project hebben, en dat instituties als het stadsdeel of een woningcorporatie ruimte afstaan aan de enthousiaste en betrokken burgers. Deze veronderstelde toegenomen betrokkenheid is een boeiende ontwikkeling, die bijvoorbeeld ook uitgebreid is beschreven door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in hun rapport ‘Vertrouwen in burgers’.

Maar iets anders valt op bij het bestuderen van de lijst: het ontbreken van activistische initiatieven, die bestaande kaders en praktijken ter discussie stellen. De lijst ademt een constructief praktisch idealisme, dat vast op enthousiasme kan rekenen van overheden en beleidsmakers. Wat ontbreekt zijn voorbeelden waar publieke ruimte gepolitiseerd wordt, waar ruimte of politieke werkelijkheid kritisch ter discussie wordt gesteld, waar grenzen worden bevochten.

Het zogenaamd DEpolitiseren van maatschappelijke vraagstukken is een centraal thema in het zeer lezenswaardige boek de Nieuwe Democratie van de socioloog Willem Schinkel (Erasmus Universiteit). Hij ziet die depolitisering overal in Nederland en als een gevaar voor de democratie. Museum Nederland bewaakt krampachtig haar collectie en schept geen ruimte voor kritisch en radicaal – tot op de wortel – denken. Dit veroorzaakt een politiek klimaat waarin zo moeilijk een aansprekend vergezicht of visie tot stand komt.

Bovenstaande roept de vraag op of de makers van de lijst ‘activisme’, verzet tegen bestaande structuren, buiten de lijst hebben gehouden, of dat er in Amsterdam momenteel geen radicaler denken en doen plaatsvindt over en rondom de stedelijke vraagstukken. Los van die vraag, denk ik dat er in de lijst spannender politiek denken verstopt zit, dan in de tentoonstelling naar voren is gebracht. De lijst nodigt daarom uit tot een steviger dispuut over burgerschap (zie programma van Felix Meritis) en democratie (zie bijvoorbeeld het programma van Netwerk Democratie op 15 september.)