Het recht op Amsterdam
Tijdens een ruimte-tijd odyssee door drie decennia van stedelijke ontwikkeling, overheidsbeleid en ‘counter culture’ in Amsterdam zou u het volgende retrospectief zien: de overgang van sociale maakbaarheid naar ruimtelijke maakbaarheid of van volksverheffing naar de verheffing van een locatie.

Het huidige station in deze reis is I Amsterdam™, een sterk merk vergezeld van het ‘broedplaatsenbeleid’ oftewel de Amsterdamse poging tot city branding in combinatie met een interpretatie van het stimuleren van de ‘creative city’. De vraagt die opkomt is echter: wiens creatieve stad, wiens Amsterdam? Filosoof Henry Lefebvre benadrukt ‘the right of the city signifies the right of citizens and city dwellers [...] to appear on all the networks and circuits of communication, information and exchange.’ Is de volgende stop van stedelijke ontwikkeling daadwerkelijk het Amsterdam waar burgers van alle rangen en standen meegenieten van creativiteit en rijkdom, en het recht kunnen claimen op de stad? Aan de hand van drie kritische onderzoekers van de Amsterdamse ontwikkeling, Justus Uitermark, Merijn Oudenampsen en Eva de Klerk, resumeren we pogingen in de afgelopen dertig jaar om de het recht op de stad in praktijk te brengen.
Tachtiger jaren: ‘De stad is van ons’
In de jaren tachtig was kraken een vorm van ‘politieke ideologie en strijd’. Het streven was een ‘staat in een staat’ omheind door fysieke barricades, als militante en exclusieve vorm van een vrijstaat met de neiging tot generieke verwerping van gezag en instituties. De beweging werd gekenmerkt door een ongedifferentieerde kritiek op de ‘heersende klasse’, het stadsbestuur, de speculanten, ‘de staat’ en de sociale democratie. Belangrijk voor de lokale, stedelijke gebiedsontwikkeling in deze periode is een strategiewijziging van de gemeente Amsterdam, die vanaf midden jaren 80 ontruimingen van kraakpanden gaat combineren met de bestuurlijke aankoop van de panden in kwestie. De panden blijven zodoende behouden voor huisvesting. Aan de krakers wordt daarmee een gewetensvraag gesteld: zijn zij bereid te verhuizen om zo het algemeen belang boven hun eigenbelang te stellen? Dit is het begin van de selectieve toenadering van de overheid, of zoals Uitermark het noemt de ‘omarming van de subversiviteit’.
Negentiger jaren: 'De stad als Casco'
‘Geld verdienen in de panden, niet aan de panden’, dat is het credo van de stad-als-cascomethode. Zowel in theorie als in de praktijk keert zich deze coöperatieve stadsontwikkelingmethode tegen de gemeentelijke, op winstmaximalisatie gerichte, grondprijspolitiek. Om met het top-down ‘een ontwikkelaar, een financier’- paradigma voor een heel gebied te kunnen breken, legt deze strategie de nadruk op de collectieve verantwoordelijkheid van gebruikers voor de ontwikkeling en het beheer van stedelijke gebieden. Van meet af aan worden eindgebruikers (wonen, werken, recreëren) als actieve partners bij het ontwikkelingsproces betrokken. Collectieve afspraken vormen de basis voor een geleidelijk stadsontwikkelingsproces van onderaf, met zeggenschap en verantwoordelijkheid aan de kant van de eindgebruiker bij kwesties omtrent financiering, ontwikkeling en beheer van zowel de bouwstructuur als de omliggende buitenruimte.

Nu: broedplaatsen en de creatieve stad TM
In het ‘Creative City’ paradigma worden kunstenaars omgevormd tot creatieve ondernemers, (sub) culturen vermarkt en de ‘lokale cultuur’ moet een trekpleister zijn voor toeristen. Het beleid is gericht op de annexatie van de culturele sector, waarin een versmelting plaatsvindt van het culturele veld met de politiek-economische agenda van de overheid. Cultuur als ‘software’ voor de bestaande of nog te ontwikkelen ‘hardware’. ‘Creativiteit’ wordt eerst gelokaliseerd, gehuisvest, in haar fragiele fase door beleid en regelgeving beschermd en gemest, om na een periode van groei geslacht te kunnen worden. In principe is dit zowel van toepassing op grootschalige top-down projecten als, op het eerste gezicht meer radicale, nicheprojecten.
Partizan Publik bezoekt op zaterdag 13 maart het Gangeviertel in Hamburg en spreekt ook onder de titel 'Sprechtstunde Amsterdam'
Referenties: Justus Uitermark ‘De omarming van subversiviteit’. Agora 24.3, (2004): pp 32-35, Merijn Oudenampsen 'Back to the Future of the Creative City: An Archaeological Approach to Amsterdam’s Creative Redevelopment'. MyCreativity Reader (2007): pp 165-176, http://www.evadeklerk.com/downloads/stad%20als%20casco.pdf. Photos of NDSM by Christian Ernsten
Join us!
RSS